B-17F 42-3116 afgebeeld op het moment dat het eerste deel van de bemanning boven Asperen uit de bommenwerper springt. De toren van Asperen is duidelijk zichtbaar net als de 5 Duitse Focke-Wulf vliegtuigen die de bommenwerper aanvallen en de bemanningsleden. Linksonder de staartschutter Robert Martin hangend aan zijn kapotte parachute. Aquarel door Scott Nelson.

Jerre Algeo, boer

28 Juli 1943, de bemanning van de B-17F bommenwerper 42-3116 maken zich klaar voor hun allereerste missie. Slechts enkele weken eerder kwamen ze aan op de Amerikaanse vliegbasis Alconbury, Huntingdonshire in Engeland. De bemanning bestond uit tien personen uit alle lagen van de Amerikaanse bevolking en uit iedere windhoek van dat grote land. Jerre Algeo bijvoorbeeld een boer uit Missouri die samen met zijn zus een boerderij had en die kans had om in 1942 gewoon op zijn boerderij te blijven nadat hij was opgeroepen om te gaan vechten. Als boer hoefde je namelijk niet in dienst te gaan. Toch besloot hij om alles op te geven en de boerderij te verkopen en in dienst te gaan, misschien wilde hij het avontuur opzoeken en het stoffige midwesten van Amerika ontvluchten of hij was ervan overtuigd dat hij de strijd moest aangaan tegen de Duitsers en Japanners. Wat de reden ook was hij belandde als zijschutter op een B-17 bommenwerper.

Zijschutters op een B-17

Robert Martin

Na alle trainingen te hebben gehad kwam Jerre in Maart 1943 de rest van de bemanning tegen. Één daarvan was Robert Martin, een grote en sterke jongeman uit Rhode Island en een begenadigd American Football speler van Burrilville High School. Hij had bijzonder goed contact met zijn football coach en houdt veelvuldig contact met hem en schrijft meerdere brieven tijdens zijn opleiding tot schutter aan boord van een bommenwerper.

Brief van Robert Martin aan coach Tom Eccleston

Het begin

Op 1 Juli vliegen Jerre Algeo, Robert Martin en de 8 andere bemanningsleden via Newfoundland, IJsland en Schotland naar de basis in Alconbury waar ze op 28 Juli 1943 hun eerste missie gaan uitvoeren. Vroeg in de ochtend krijgen ze hun briefing en weten dan dat het doel de Fiesseler vliegtuigfabrieken zijn in Kassel, Duitsland. Samen met 18 andere B-17's van het 407 Bomb Squadron stijgen ze op en sluiten zich aan bij de andere squadrons en vliegen in grote formaties met in totaal 182 vliegtuigen richting Duitsland. Toen het doel genaderd werd werden ze aangevallen door grote groepen Duitse jagers. Het dagboek van Lt Wooldridge die op een ander B-17 vloog op dezelfde missie laat duidelijke zien hoe gevaarlijk een missie was.

Boven het doel

Door de slechte weersomstandigheden zijn slechts 58 bommenwerpers effectief en laten 109 ton aan bommen vallen. Niet alle bommen raken hun doel en de missie is slechts gedeeltelijk een succes. De fabriek wordt geraakt echter ook de barakken waar de dwangarbeiders verblijven waaronder veel Nederlanders. Veel vinden dan ook de dood die dag. Één van die Nederlanders die omkomen is Leo Schuurmans een kettingscheerder uit Tilburg die in de fabrieken daar door de Duitsers tewerkgesteld is. Hij is begraven op het Nederlandse Ereveld te Frankfurt am Main.

Monument te Frankfurt am Main met namen omgekomen Nederlandse dwangarbeiders

Op weg terug

De B-17's zetten nu koers naar het Westen richting de basis in Engeland en vliegen het Nederlandse luchtruim binnen. De weg terug brengt ze boven het Nederlandse rivierengebied en 7 vliegtuigen worden opgegeven als vermist waaronder later ook de 42-3116. Al snel worden de formaties aangevallen door Duitse jagers die gewaarschuwd door de radar stellingen de bommenwerpers onderscheppen. Een B-17 uit hetzelfde squadron als de 42-3116 wordt geraakt en maakt een noodlanding bij Wageningen. Even later wordt ook de 42-3116 geraakt en verliest men snelheid en hoogte, terwijl de formatie doorvliegt wordt de 42-3116 als het Geldermalsen nadert een makkelijk doelwit voor vijf Duitse Focke-Wulf jagers die het toestel onophoudelijk aanvallen.Één Duits vliegtuig wordt nog neergeschoten maar de piloot Harold Porter beseft dat de situatie uitzichtloos is en geeft het sein aan de bemanning om eruit te springen. Co-piloot Louis Peys weigert en roept dat het nog steeds mogelijk is om Engeland te bereiken maar dan rukt Porter het zuurstofmasker van Peys af en schreeuwt dat hij moet springen.Boven het stadje Asperen springen dan zes bemanningsleden uit het toestel maar één overleeft de sprong niet

Overlijdens bericht Leo Schuurmans

Midden: De Duitse piloot Peter Ahrens die op 28-7-1943 in zijn Focke-Wulf 190 de laatste aanval uitvoert op B-17F 42-3116 die daarna neerstort. (foto Battles of the Luftwaffe)

Parachutisten en een Duits vliegtuig

Rond 12:00 uur zijn Jan Verweij en zijn vader bij de sluis in Asperen post aan het bezorgen als ze hoog in de lucht machinegeweer vuur horen. De vader van Jan roept meteen “schuilen” en niet lang daarna zijn ze er getuige van hoe een vliegtuig neerstort en een parachute langzaam daalt. Het blijkt de Duitse piloot Herbert Kind te zijn wiens vliegtuig door een schutter van een Amerikaanse B-17 was neergeschoten. Niet lang daarna zijn meerdere parachutes zichtbaar in de lucht, ook de B-17 was in moeilijkheden en een deel van de bemanning sprong eruit en kwamen rond Asperen terecht. De luchtbescherming in Leerdam noteert op 28 juli 1943 om 12:00 uur “Meerdere parachutes dalen”

 

Een lint?

Iets verderop was Dielis van Steenis aan het werk in een weiland bij Fort Nieuwe Steeg ( nu het Geofort). Het was een warme en heiige dag en ook hij zal het vuren van machinegeweren hebben gehoord en wellicht het neerstorten van het Duitse vliegtuig. Wat hij zeker ziet is hoe er iets naar beneden komt, bijna dwarrelend en vast aan een soort lint , en hoe dit op de grond klapt. Het blijkt een Amerikaan uit de B-17 te zijn. Het “lint” is de kapotte en verscheurde parachute.Niet veel later arriveren de Duitsers, ze hebben een net gevangen genomen Amerikaan bij zich die het lichaam moet identificeren. Stephen Maksin ziet meteen dat het om zijn collega Robert Martin gaat, de Staartschutter van de B-17. De Duitsers regelen een vrachtwagen en brengen het lichaam naar het lijkenhuisje in Asperen en vandaar zal het lichaam van Staff Sergeant Robert Martin naar Rotterdam worden gebracht waar hij op Crooswijk begraven wordt.

"Bail out"

Nadat Piloot Harold Porter het sein "bailout" had gegeven verlaten slechts zes bemanningsleden het vliegtuig. De piloot beseft dat de drie schutters, Jerre Algeo, Sebastian Stavella en Ledford Mays achterin het toestel het sein niet gehoord hebben en nadat hij het toestel op de automatische piloot heeft gezet loopt hij naar achterin om ze te waarschuwen. Sebastian Stavella de koepelschutter die onderaan het vliegtuig zijn positie had ,had al gezien dat een deel van de bemanning het vliegtuig had verlaten en klimt het vliegtuig in als hij net de piloot ziet aankomen die druk gebarend aangeeft dat ze er ook uit moeten springen. Sebastian Stavella is de enige die geen parachute omheeft omdat daar in de koepel geen ruimte voor is, hij gespt zijn harnas om en maakt zich klaar om eruit te springen als een Duitse jager wederom aanvalt. Jerre Algeo de boer uit Missouri wordt getroffen door een 20mm kogel en zakt dodelijk gewond neer, Stavella die dit van dichtbij ziet stapt over het lichaam heen en nadat Ledford Mays uit het vliegtuig springt springt ook hij. Het laatste wat hij ziet is het bebloede lichaam van Jerre Algeo. Over deze vlucht en gebeurtenissen heeft hij een verslag gemaakt. Klik op onderstaande foto van Sebastian Stavella.

Sebastian Stavella in 2007 bij de koepel van een B-17, zijn positie aan boord van de 42-3116

Het einde van de B-17

Nadat de drie mannen het vliegtuig hadden verlaten raast de brandende B-17 door en tussen Hoornaar en Gorinchem breekt het in stukken uiteen die over een groot gebied verspreid terechtkomen. Het staartstuk kom terecht over een wetering en als de lokale bevolking gaat kijken zien ze als eerste twee voeten uit het staartstuk steken, het zijn de voeten van Jerre Algeo. Ook de 13 jarige Kees Vermeer dan woonachtig in Gorinchem ziet de voeten uit het achterste gedeelte steken, hij was ooggetuige van het neerstorten en besluit om samen met zijn vriendje te gaan kijken bij het wrak. Als hij hoort dat de laarzen van de voeten zijn gestolen is hij zeer boos.

 

Kees Vermeer in

1943

Jerre Algeo wordt tijdelijk in Schelluinen begraven en na de oorlog herbegraven op de Amerikaanse begraafplaats in Margraten. Robert Martin wordt tijdelijk op de algemene begraafplaats Crooswijk in Rotterdam begraven. Hij wordt na de oorlog herbegraven op de Amerikaanse begraafplaats Ardennen in België.

Getuige

De drie mannen die eruit zijn gesprongen komen in de buurt van Hoogblokland terecht. Mevrouw J.A Boom-Bor (26/9/1925) is getuige en vertelt hierover

 

 

“In de oorlog zagen we een keer overdag enkele parachutisten uit een vliegtuig komen.

Eén van hen landde ergens achter ons huis in de weilanden, ongeveer ter hoogte van het zand dat daar lag (wat later de A27 werd). Het was een beetje rechts van ons huis.

Wij renden er allemaal naar toe. Oom Henk Bor ook. Hij had wat snoep meegenomen en wilde dat aan de neergekomen man geven, maar die schudde met z’n hoofd, dat hij het niet wilde. Niemand kon het Engels van hem verstaan.

Het was wel zielig, want die man zal geweten hebben dat hij gearresteerd zou worden.

Al heel snel kwamen, met veel kabaal, de Duitsers eraan. Ze namen hem mee.”

 

Degene die Mevrouw Boom-Bor ziet moet of de piloot Harold Porter zijn geweest of de koepelschutter Sebastian Stavella.

 

 

 

 

De derde man

Aan de minkeloseweg komt de derde Amerikaan terecht. Dit is waarschijnlijk de rechter zijschutter Ledford T. Mays. Hij blijft nog even uit handen van de Duitsers maar eindigt uiteindelijk toch in het ziekenhuis in Gorinchem. Hierna belandt hij in krijgsgevangenschap.

 

 

 

 

 

 

Het staartstuk van de B-17 over de wetering tussen Gorinchem en Hoogblokland. Hieruit staken de voeten van Jerre Algeo

Foto uit 2013 van dezelfde lokatie

Machinegeweer

Tijdens graafwerkzaamheden in de buurt in de jaren 50 van de vorige eeuw vindt aannemer v/d Stelt een M2 Browning machinegeweer. Dhr. Leen Egas komt dit later met de politie ophalen waarna het bij Egas thuis onklaar wordt gemaakt. Jaren later wordt het opgehaald door dhr Harrewijn van de historische vereniging. Sinds die tijd staat het in het museum t'Reghthuys te Giessenburg.

De Bemanning

2e luitenant Harold W. Porter - Piloot

Krijgsgevangen

2e Luitenant Louis M. Peys - Co-piloot

Krijgsgevangen

Staff Sergeant Sebastian Stavella - Koepelschutter

Krijgsgevangen

Staff Sergeant Robert M. Martin - Staartschutter

Omgekomen.

 

Veel informatie over Robert Martin is verkregen met de hulp van schrijver en historicus Jim Ignasher uit Rhode Island, Verenigde Staten.

Klik hier voor zijn artikel over Robert Martin

Staff Sergeant Jerre M. Algeo - Linker zijschutter

Zijn lichaam werd uit het wrak geborgen op 18 augustus 1943 drie weken nadat hij was omgekomen. Zijn familie kreeg op 12 augustus het bericht dat hij vermist was gevolgd door het bericht op 19 augustus dat hij vermist en waarschijnlijk dood was. In December 1943 werd zijn dood eindelijk bevestigd maar in Februari 1944 kreeg de zus van Jerre van de vrouw van een bemanningslid het bericht dat hij nog in leven was en dat alleen de staartschutter was omgekomen. De familie was ongelofelijk blij echter dit was van korte duur want een maand later kreeg men van het ministerie van oorlog toch het vreselijke bericht dat hij was omgekomen. Klik op de sterren voor de artikelen in de kranten.

Vermist

Omgekomen

Vermist, waarschijnlijk dood

Levend

Confirmatie omgekomen

Staff Sergeant Ledford T. Mays - Rechter zijschutter

Krijgsgevangen

Van vier bemanningsleden zijn nog geen foto's beschikbaar

 

2e Luitenant Albert E. Brown - Navigator, krijgsgevangen

2e Luitenant William J. Mahoney- Bommenrichter, krijgsgevangen

Technical Sergeant Stephen Maksin - Radio Operator, krijgsgevangen

Technical Sergeant Vincent R. Tenisci - Boordwerktuigkundige, krijgsgevangen

 

Leo Schuurmans en Robert Martin door het lot met elkaar verbonden